Groene Valleien, blauwe hemels

In de week van Hemelvaart 2017 fietste ik met mezelf in zeven dagen van Breskens naar Roermond via de Groene Valleien. Geweldige route, formidabel landschap. Leuke klimmetjes die bijna allemaal goed in de ‘twee’ te nemen zijn, maar ook heerlijk vlak door de velden van Diksmuide of langs de Roer.

Het weer. Heerlijk zomers, ideaal om te kamperen. ’s Middags bijna te warm om te fietsen. Soms flink de wind tegen, zoals richting het Kanaal en rond het zuidelijkste deel van de route. Dan weer gunstig blazend, zoals langs de Vlaamse kanalen en de Roer. En elke dag een stralende zon met een zo goed als onbewolkte hemel. Mooi contrasterend met het groen van de valleien. Zonnebrandcrème onmisbaar, de volgende keer gaat de Labello ook mee om de lippen te beschermen.

Het Landschap. In een woord: mieters. Van de akkers van Noord-Frankrijk tot de beboste hellingen van de Ardennen en de Eifel. Het gebied rondom Avesnes-sur-Helpe, met stenen muurtjes in plaats van het prikkeldraad, staat in mijn geheugen gegrift. De klim naar Tignity liep heerlijk geleidelijk. De top van de Kyllradweg bij Wilsecker was daarentegen geniepig. Op dat moment heb je gelukkig al bijna 1.000 trainingskilometers in de benen.

De weg. Als ik het morgen weer zou mogen doen, paste ik de route slechts op twee plekken aan. Uitsluitend vanwege de drukte op de weg. Het gebied rond Arras en de laatste 10 kilometer voor de Luxemburgse-Duitse grens waar auto’s je met 90 km per uur voorbij racen. Er is al een alternatief voorhanden: Alzingen-Remich. In zeven dagen is het net te doen (zeker als je alleen gaat), maar een dag of twee extra brengt wel wat meer lucht in het schema.

De campings. Ik overnachtte in Esquelbecq, Plouvain, Neuville aux Joutes, Doulcon, Grevenmacher en Dahlemer Binz. Neuville aux Joutes was verreweg de fijnste, Doulcon mij te toeristisch. Grevenmacher aan de Moezel ook, maar daar kon ik mijn fiets wel veilig achter slot en grendel parkeren. Dahlemer Binz is geen openbare camping, maar zij knepen voor één nacht een oogje toe. Esquelbecq en Plouvain kennen geen pro’s, maar ook geen contra’s.

Het voedsel. Het lekkerste brood komt uit Signy-le-Petit, heerlijk versgebakken uit de oven. De in de tas gesmolten chocoladepasta liep zo over het goddelijke brood, daar kwam geen mes aan te pas. Avondmaaltijden nam ik al mee van huis, verpakt in zes porties. Uitsluitend eenpansgerechten. Vooral de stamppot spinazie met rookworst viel in de smaak. Ontdekking: kloppudding stijft ook prima op buiten de koelkast.

Techniek. De grootste schrik had ik al na vijf minuten. De lift op station Breda naar spoor 8 weigerde dienst. Dan maar via de trap. En later die dag schrok ik nog eens toen mijn Garmin Etrex 30 bleef ‘hangen’ en ik op het (zeer lelijke) industrieterrein van Oostende belande. Het vervangen van de lege batterijen loste het probleem op. M’n 17 jaar oude Giant Expedition, lichtbepakt met slechts twee Ortlieb achtertassen, hield het gelukkig prima.

Drie pluimen. De eerste gaat naar de onbekende vrouw die me op de vierde dag in Voncq geheel gratis twee flessen water schok. Zeer welkom met het warme weer, op een moment dat de rest van Frankrijk de ramen en deuren gesloten houdt. De tweede gaat naar de bikebuddy. Ideaal om een thermosfles in te hangen. Door het water reeds de avond ervoor te koken, heb je de andere dag voortdurend heet water bij je voor een bakkie. En de laatste pluim uiteraard voor vrouw en kinderen. Ze konden me een week lang missen om mij de hemel op aarde te laten ontdekken.

Deze wordt niet getoond aan gebruikers
To prevent automated spam submissions leave this field empty.